naar de inhoud

Mijn partner en ik

De diagnose, de behandelingen, jullie nieuwe leefritme en je onzekere toekomst hebben invloed op de relatie met je partner. Alles wat jullie meemaken kan ervoor zorgen dat jullie hechter worden, dat jullie het gevoel hebben van ‘samen staan we sterk’. Maar de ziekte kan ook (op sommige momenten) jullie relatie onder druk zetten door de zorgen, problemen en veranderingen. Je kunt dan het gevoel hebben verder van elkaar af te staan. In elk geval is het altijd belangrijk om te blijven communiceren. En om zo veel mogelijk aandacht te hebben voor elkaar.

Blijf met je partner in contact

Jullie hebben allebei je eigen emoties, gevoelens en gedachten. Het is belangrijk om die met elkaar te delen, maar dat lukt niet altijd. Soms wil je elkaar er bijvoorbeeld niet mee belasten. En naarmate jij meer zorg nodig hebt en minder kunt doen, krijgt je partner een meer verzorgende rol. Ook dat heeft impact op jullie relatie. Kleine ergernissen kunnen dan bijvoorbeeld sneller ontsporen in grote ruzies.

Wat kun je doen om in contact te blijven?

  • Vertel wat je bezighoudt, zowel de positieve dingen als dat waar je je zorgen over maakt. En vraag ook naar de gevoelens en gedachten van je partner.
  • Toon je emoties aan elkaar. Doe je dat niet, bijvoorbeeld omdat je de ander niet wilt belasten, dan creëer je afstand. Door je emoties te uiten, geef je de ander ook de kans om je te troosten en er voor je te zijn.
  • Laat merken dat je elkaar waardeert. Een klein cadeautje of een bloemetje. Een lief briefje. Of gewoon een aanraking of een compliment.
  • Let erop dat je je niet meer dan nodig als patiënt gedraagt, en dat je partner zich niet zorgzamer gedraagt dan nodig is: blijf ook elkaars geliefden.

Als je geliefde ook je verzorger wordt

Hoe ga je om met de nieuwe rollen die jullie hebben gekregen binnen de relatie? De rol van de verzorger en de rol van de zieke, die afhankelijk(er) is geworden van zorg. Deze situatie gaat samen met het verlies van hoe het hiervoor was. Dat is wennen voor jullie allebei.

Soms kan een verzorger doorslaan in die rol, bijvoorbeeld door overbezorgd of te beschermend te zijn of de regie over te nemen.

Ook de zieke kan overbezorgd zijn naar de partner, of te veel bescherming willen bieden, bijvoorbeeld door geen hulp te vragen als dit wel nodig is.

Tips om met deze nieuwe rollen om te gaan:

  • Geef aan wat je niet kan, zodat je partner je kan helpen.
  • Geef aan wat je wel kan, en graag zelf doet.
  • Bedank je partner, laat weten dat je de zorg waardeert.
  • Vraag aan je partner hoe het gaat en wat je voor hem/haar kunt doen.
  • Geef het aan als je iets lastig vindt, bijvoorbeeld in jullie communicatie of hoe je partner iets aanpakt. Vermijd het om te beschuldigen, praat in de ik-vorm en leg uit wat je voelt.
  • Gun je partner de ruimte en tijd voor zichzelf, bijvoorbeeld om te sporten of met vrienden af te spreken. Probeer te voorkomen dat je geliefde over zijn/haar grenzen gaat.
  • Praat niet alleen over de ziekte, de behandelingen en praktische zaken. Praat ook over fijne of leuke dingen.
  • Toon belangstelling voor je partner door open vragen te stellen.

Zorg voor hulp

Alles wat jullie vroeger gezamenlijk deden of de taken die jij had in het huishouden, worden nu (grotendeels) door je partner opgevangen. Werken, de zorg voor de kinderen, schoonmaken, boodschappen doen, koken, sociale contacten… En daar komt de zorg voor jou bovenop. De lichamelijke en mentale druk kan daardoor flink oplopen bij je partner. Ook kun jij hierdoor verdriet of een schuldgevoel ervaren.

Het is verstandig om al in een vroeg stadium te zorgen voor hulptroepen van buitenaf. Familie, vrienden, buren of professionals. Vraag om hulp, je zult zien dat veel mensen blij zijn om iets voor jullie te kunnen betekenen. En het is gezond voor je partner en voor jullie relatie om de druk iets te verminderen.

Intimiteit en seksualiteit in je relatie

Hoe jij en je partner intimiteit beleven, kan belangrijk zijn voor de kwaliteit van je leven. Ook nu je ziek bent, heb je behoefte aan lichamelijk contact. Soms is dat alleen intimiteit (strelen en knuffelen) maar soms heb je ook behoefte aan seksueel contact. Zelfs in de eindfase van je leven.

Door je ziekte kun je te maken krijgen met seksuele problemen. Je kunt moeite hebben met zoenen of met aanrakingen. Je kunt pijn hebben bij geslachtsgemeenschap of niet opgewonden (genoeg) kunnen worden. Ook kun je tegen praktische problemen aanlopen, bijvoorbeeld welke posities nog mogelijk zijn.

Het is goed om je te realiseren dat er, ook nu je ziek bent, genoeg seksuele handelingen zijn die voor jullie allebei fijn zijn. Ook zijn er nieuwe vormen van intimiteit voor jullie te ontdekken. Lees hier meer over in de brochure Intimiteit en seksualiteit bij borstkanker.

Praat over seksualiteit met je zorgverlener

Je seksuele beleving komt vaak niet aan bod in het gesprek met je arts of verpleegkundige. Zorgverleners kunnen het ongepast vinden om ernaar te vragen, of er zijn andere kwesties die ook tijd en aandacht vragen in het spreekuur.

Neem zelf het initiatief en praat erover. Schaam je vooral niet: het is een onderwerp waar vrijwel iedereen met uitgezaaide borstkanker mee te maken heeft. Je arts of verpleegkundige vindt niks gek of ongemakkelijk om te bespreken, en weet vaak oplossingen om de intimiteit (weer) fijn te maken.

Bronnen
Boek ‘Je wordt niet meer beter’
Boek ‘Sterkte met je tumor! Communicatietips bij kanker’ van Paula Bakhuis