naar de inhoud

Hilde: “Ik kan die angst nu meer loslaten”

“Precies een jaar na die vreselijke diagnose uitgezaaide borstkanker kreeg ik een flinke inzinking. Heel onverwacht eigenlijk, want ik had het gevoel dat het best wel oké met mij ging. De hormoontherapie sloeg goed aan, ik kreeg een beetje door hoe ik met de bijwerkingen kon omgaan en ik had het idee dat ik mij aardig had ingesteld op “mijn nieuwe werkelijkheid”. Iedereen vond mij “flink” en “positief” en zelf ervaarde ik dat eigenlijk ook wel zo. Maar van het ene op het andere moment ging het bergafwaarts. Ik voelde mij de hele dag huilerig, kwam steeds later mijn bed uit en kon mij nergens meer toe zetten. Ik had de neiging om me steeds verder af te sluiten van alle lieve mensen om mij heen en zat het liefst alleen in mijn eigen wereldje.

De bom barstte toen ik voor iets anders naar de huisarts moest: ik kon alleen nog maar huilen. Voor de huisarts was het overduidelijk dat er extra ondersteuning nodig was en ik kreeg een verwijzing voor de Vruchtenburgh, een organisatie gespecialiseerd in psychische hulpverlening voor mensen met kanker.
Bij de Vruchtenburgh ben ik echt heel goed geholpen. Tijdens de intake moest ik in chronologische volgorde vertellen wat er allemaal gebeurt was het afgelopen jaar en vooral hoe dit voor mij was geweest. Dat was heel heftig en emotioneel, maar het luchtte enorm op om zo mijn verhaal te kunnen doen. De psycholoog legde uit dat het vaak voorkomt dat heftige emotionele reacties juist ontstaan wanneer je ziekteproces in een wat rustiger vaarwater komt: dat eerste jaar ben je vooral aan het overleven en is daar geen ruimte voor. Hierdoor begreep ik beter waarom ik nu deze terugslag kreeg.
Samen zijn we op zoek gegaan naar welke (vervelende) gedachten mij het meest bezig hielden. Ik was in mijn hoofd steeds rekensommen en scenario’s aan het maken over hoe lang de behandelingen zouden kunnen werken voor mij en wat ik in die tijd dan allemaal nog zou kunnen doen. Helemaal moe werd ik daarvan, maar voor mij was dit een manier om te proberen toch grip te houden op de onzekere situatie.
Ook was ik heel erg angstig voor pijn in de laatste fase. Dit kwam omdat ik heel nare herinneringen had aan de enorme pijn die ik in de periode voorafgaand aan de diagnose heb gehad door de uitzaaiingen die in mijn borstbeen zaten. Ik heb mij toen aardig grootgehouden en niemand willen laten blijken hoe heftig die pijn was. Alleen al dit zo te vertellen haalde de scherpe randjes ervan af. Ik kreeg de opdracht om mijn angst voor die pijn te bespreken met de oncoloog. Die verzekerde mij dat, nu eenmaal duidelijk was waar de pijn door veroorzaakt werd, pijnbestrijding veel gerichter kan worden ingezet, zeker ook in de laatste fase. Ik kan die angst nu beter loslaten.

Mijn man is ook mee geweest naar een van de gesprekken. Hij voelde zich erg machteloos op de momenten dat ik de neiging had om me terug te trekken in mijn eigen wereldje. Samen hebben we bekeken hoe hij mij op die momenten zou kunnen helpen, bijvoorbeeld door juist op zo’n moment samen iets leuks te gaan doen. In het begin kostte het mij veel moeite om mijzelf op zo’n moment “daaruit te trekken”, maar ik ervaarde ook dat juist iets leuks doen en de verbinding zoeken met elkaar beter helpt dan in je eentje te gaan zitten somberen.

Alles bij elkaar heb ik zo’n 6 gesprekken gehad en daarin aardig wat inzichten en tools gekregen waarmee ik mijzelf kan helpen op de momenten dat ik mij somber voel. Mijn advies aan iedereen met dezelfde nare gedachten en gevoelens is dan ook: hou ze niet voor jezelf, maar praat erover met anderen. En als het je dagelijkse leven zo enorm gaat beheersen: zoek dan hulp van buitenaf. Het verdriet en de somberheid zullen er niet geheel door verdwijnen, maar je krijgt wel handvatten hoe je dit voor jezelf draaglijk kunt maken.”